Bij het praktijkexamen hoef je niet foutloos te rijden, het totaalbeeld is belangrijk en veiligheid is natuurlijk eerste prioriteit. Tijdens de opleiding wordt een praktijkboek gebruikt, zodat je goed voorbereid aan je lessen begint. In de opleiding wordt veel aandacht gegeven aan de voertuigbeheersing en het verkeersinzicht. Je instructeur zal je zo goed mogelijk coachen. Dat betekent dat hij je leert zelfstandige en verantwoorde keuzes te maken. Als voorbereiding op het examen rijdt je een tussentijdse toets (TTT). Hierbij wen je aan de examensituatie en kun je een vrijstelling verdienen voor de bijzondere manoeuvres. De evaluatie van de TTT levert meestal een aantal aandachtspunten op, die vóór het praktijkexamen nog verbeterd kunnen worden. Bij het praktijkexamen moet je laten zien dat je veilig en zelfstandig aan het verkeer kunt deelnemen.
De volgende elementen maken deel uit van het rij-examen:
|
·
|
Zelfstandige route rijden (zonder links/rechts aanwijzingen van de examinator),
|
|
·
|
Zelfstandig een bijzondere manoeuvre uitvoeren (omkeer-, parkeer-, of stopopdracht, eventueel een hellingproef),
|
|
·
|
Vragen over een verkeerssituatie (hoe heb je die situatie aangepakt?),
|
|
·
|
Zelfreflectie (hoe kijk je zelf tegen je eigen autorijden aan?),
|
|
·
|
Milieubewust rijden (volgens de principes van Het Nieuwe Rijden).
|